EU poogt euro te redden met "Begrotingspact"

 

 Informele Europese Raad in door staking getekend Brussel

De Europese regeringsleiders en staatshoofden staken op 30 januari de hoofden bijeen in een winters en door een algemene staking getekend Brussel. De informele Europese Raad duurde maar een halve dag. Bedoeling was dat de Raad de laatste knopen zou doorhakken in de tekst van het Verdrag over een sterker begrotingsbeleid, coördinatie en bestuur binnen de EMU. Tegelijk moesten ze toch ook werk maken van een "anti-recessiestrategie", en de financiële stabiliteit ten dienste stellen van economische groei en werkgelegenheid, op basis van een drietal principes. Uiteindelijk kreeg Duitsland - de grote wervende kracht achter het "Begrotingspact" 25 van de 27 Europese landen achter het opzet. Dat de Britten niet zouden meedoen, was al sinds december geweten. Uiteindelijk haakten ook de Tsjechen af.

Een groot succes kan ook deze informele Europese Raad bezwaarlijk genoemd worden. Dat na de Britten ook de Tsjechen afhaakten, en ook Praag dus het zware soberheidsbeleid afwijst waar de Duitse buren zo sterk op aansturen, is een klap in het gezicht van Berlijn. Ook voor de "groeibevorderende maatregelen", die financieel weinig om het lijf hebben en zullen moeten gefinancierd worden met bestaande middelen, kreeg de Raad niet alle handen op elkaar.

Die "anti-recessiestrategie" was er gekomen in reactie op de steeds zwaarder wordende kritiek, zelfs vanuit de gehate Ratingbureaus, dat de EU zich aan het "doodbesparen" is. Zo zouden volgens plan groeibevorderende investeringen in bijvoorbeeld onderwijs en vorming, de energie-infrastructuur, onderzoek en innovatie voortaan gevrijwaard blijven. De groei moet gestimuleerd worden door zowel op de vraagzijde als op het aanbod in te werken.  Aan de aanbodkant kunnen de lidstaten de werking van de interne markt opvoeren en de financiering van groeibevorderende projecten waarborgen. Aan de vraagzijde moet het vertrouwen van de consument opgekrikt worden en moet de EU de handel met groeiregio's aanwakkeren. Op de derde plaats verbonden de staats- en regeringsleiders er zich toe om de werkgelegenheid aan te zwengelen, via levenslang leren en "groene jobs" en via een flexibilisering van de arbeidsmarkt en een verschuiving van de flexibiliteit in het voordeel van "arbeid`'.

Begrotingspact

Het voornaamste wapenfeit van de Europese Raad in december 2011 was de beslissing geweest om te komen tot een begrotingspact waarmee de lidstaten zich strengere begrotingsregels zouden opleggen en er automatische sancties mogelijk zouden zijn bij overtreding. Aangezien de Conservatieve regering-Cameron van het Verenigd Koninkrijk zich hiertoe niet wenste te verbinden, werd er gekozen voor een intergouvernementeel verdrag tussen de andere 26 EU-lidstaten, buiten het formele EU-verdragskader om. In de loop van januari is er naarstig gewerkt aan de verdragstekst, zodat de staatshoofden en regeringsleiders er hun akkoord aan konden geven op informele bijeenkomst van de Europese Raad van 30 januari. De formele ondertekening van het verdrag kan dan plaatsvinden op de Lentetop in maart, waarna men mikt op 1 januari 2013 voor de inwerkingtreding van het Begrotingspact.

Bijzondere aandacht ging bij dat alles naar de volgende inhoudelijke vragen:

  • Moeten lidstaten de aanbevelingen van de Commissie om landen onder surveillance te stellen automatisch aanvaarden?
  • Hoe groot moeten de financiële sancties zijn als de zogenaamde "Gulden Regel", voor een begroting in evenwicht, niet (tijdig) in de nationale constitutionele wetgeving van een van de lidstaten is ingeschreven?
  • Hoe moet er een link worden gelegd tussen de ratificatie van het verdrag en mogelijke steun vanuit het ESM (European Stability Mechanism - het "definitieve noodfonds)?
  • Hoeveel landen moeten het verdrag ratificeren voordat het in werking kan treden?
  • Hoe moet er gerefereerd worden aan het Euro Plus Pact?
  • (Wanneer) worden niet-eurolanden en de Europees Parlementsvoorzitter op eurotoppen uitgenodigd?

Het Europees Parlement stond van bij het begin kritisch tegenover het voorstel voor het Begrotingspact. Dat komt voort uit de aard van het beestje. Doordat het om een intergouvernementeel verdrag gaat, heeft het Parlement ten eerste al geen formeel zeggenschap over de wettekst. Ten tweede stellen vele parlementsleden dat de meeste maatregelen hoe dan ook via secondaire EU-wetgeving gerealiseerd kunnen worden. Het akkoord zou volgens die critici dus enkel gelden voor het afdwingen van de zogeheten "Gouden Regel", die staten grondwettelijk bindt tot het respecteren van de orthodoxe begrotingsregels. Hoofdbezorgdheid van veel parlementariërs is echter dat de verdragstekst niet compatibel zou zijn met het EU-recht. Mocht dit niet het geval zijn, dan stelt het Parlement in een resolutie dat het niet zal terugschrikken om maatregelen te nemen en dwars te liggen bij andere dossiers. De resolutie die op 18 januari met brede steun van de vier voornaamste fracties werd aangenomen, stelt daarnaast ook dat er niet alleen aandacht moet gaan naar een gezonde begroting, maar ook naar economische groei en solidariteit. 

Ratingverlaging

Het Amerikaanse ratingagentschap Standard & Poor's achtte de uitkomst van de Europese Raad in december onvoldoende om de uitdagingen van de eurozone op te lossen. S&P gaf  9 van de 17 eurolanden prompt een ratingverlaging. De ratingverlaging voor Frankrijk, van de AAA-topscore naar AA+, sprong daarbij het meest in het oog. Die ratingverlagingen hadden overigens ook hun invloed op de rating van het huidige, tijdelijke Europese noodfonds (European Financial Stability Facility - EFSF), dat zijn rating van AAA naar AA+ zag teruggeschroefd . 

Standard and Poor's ratings eurozone

AAA Duitsland, Nederland, Finland, Luxemburg

AA+ Frankrijk, Oostenrijk

AA België

AA- Estland

A+ Slovenië

A Spanje, Slowakije

A- Malta

BBB+  Italië, Ierland

BB+ Cyprus

BB Portugal

CC Griekenland

Het is daarom volgens veel waarnemers goed nieuws dat de streefdatum voor de inwerkingtreding van het  komende permanente noodfonds, het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), wordt vervroegd naar juli 2012 (in plaats van 2013). Het ESM heeft immers een efficiëntere kapitaalstructuur en is minder afhankelijk van de kredietwaardigheid van de deelnemende lidstaten in vergelijking met het EFSF. Op de vergadering van de Eurogroep in januari werd ook groen licht gegeven voor wijzigingen van het ESM-verdrag. Zo kan het ESM net zoals het EFSF beschikken over de nodige instrumenten om in de secundaire markten te interveniëren en leningen beschikbaar te stellen aan lidstaten voor bankherkapitalisaties. 

De impact van de ratingverlagingen bleef voorlopig overigens beperkt; de financiële markten hadden immers al rekening gehouden met een mogelijke ratingverlaging. Het was ook een opsteker dat verschillende eurolanden (Frankrijk, Portugal, Spanje en Duitsland) op de financiële markt konden lenen tegen gunstige rentes en daarbij de verwachtingen enigszins overtroffen.

Two-pack

In november 2011 bracht de Commissie twee verordeningen uit, gekend onder de naam 'two-pack', in analogie met het eerdere 'six-pack' dat ook over de versterking van het Europees economisch bestuur ging. Het eerste voorstel moet het mogelijk maken om tijdig te kunnen ingrijpen als landen ernstige moeilijkheden (dreigen te) ondervinden en daardoor de financiële stabiliteit van de eurozone in gevaar brengen. Het tweede voorstel gaat over een versterkte monitoring van de begrotingsplannen en de correctie van buitensporige tekorten.

Inhoudelijk is het two-pack nauw verbonden met het Begrotingspact, waardoor de bespreking even op een lager pitje werd gezet in afwachting van de finale tekst van het nieuwe verdrag.

Het is al wel bekend dat de lidstaten verschillende bezwaren en bedenkingen hebben bij het two-pack. Sommigen stellen dat niet alle informatie over de begrotingstoestand en economische situatie publiek gemaakt kan worden, gezien dit de zenuwachtigheid op de financiële markten zou kunnen verhogen. Zweden en Finland willen een vrijstelling voor landen die geen tekorten hebben, terwijl Duitsland en Nederland ook voor die landen voldoende stimuli wil inbouwen. Er is ook verdeeldheid of men voor unanimiteit of voor een gekwalificeerde meerderheid moet kiezen bij de beslissingsprocedure. Tenslotte zijn er lidstaten die de voorgestelde timing voor de toelevering van informatie en begrotingen niet realistisch achten.

Belgische begroting

Begin dit jaar werd de nieuwe federale regering geconfronteerd met de vraag van Europees Commissaris voor Economische en Monetaire Zaken, Olli Rehn, om bijkomende besparingen of een bevriezing van de uitgaven door te voeren. De Belgische regering ging bij de begrotingsopmaak immers uit van een economische groei van 0,8%, om zo te komen tot een begrotingstekort van 2,8% - onder de vereiste 3%-drempel. De Commissie verwacht echter een lagere economische groei in 2012, en schat de te verwachten inkomsten ook lager in, waardoor het Belgische tekort op 3,25% - en dus boven de 3%-grens - zou komen liggen. De regering-Di Rupo besliste vervolgens om voorlopig 1,3 miljard aan uitgaven te bevriezen in afwachting van een grondige begrotingscontrole in februari.

 Op 11 januari liet de Commissie weten dat ze was gerustgesteld en geen verdere stappen meer ging nemen onder de 'buitensporig tekortprocedure' ten aanzien van België. Ook Polen, Malta en Cyprus werden vrijgesteld van verdere stappen, in tegenstelling tot Hongarije. De Commissie concludeerde dat Hongarije onvoldoende vooruitgang had geboekt bij de aanpak van zijn tekort. De Commissie nam duidelijk haar verantwoordelijkheid op, sinds ze via de nieuwe regelgeving rond Europees economisch bestuur meer macht kreeg om landen te controleren en zelfs te laten beboeten.

Hongarije

Hongarije was in januari overigens ook in andere dossiers een onderwerp van discussie op de Europese scene. Op 1 januari ging de bekritiseerde nieuwe Hongaarse grondwet van kracht, die reeds in april 2011 door de meerderheid van premier Victor Orbán was gestemd. Ter aanvulling van die nieuwe grondwet werden er in de voorbije maanden tevens 30 bijzondere wetten aangenomen waar eveneens een tweederde meerderheid voor nodig is, onder meer over de hervorming van de Hongaarse centrale bank, justitie en de oprichting van een nationaal databeschermingsagentschap. Na eerdere informele contacten, richtte de Europese Commissie op 17 januari formele brieven aan de Hongaarse regering met bezwaren bij die nieuwe regelgeving. Een dergelijke brief is een eerste stap van de inbreukprocedure die kan leiden tot een zaak aan het Europese Hof van Justitie.

De nieuwe wet zou de onafhankelijke positie van de centrale bank onder druk zetten, wat in tegenstelling is met het Lissabonverdrag. Dat stipuleert dat de onafhankelijkheid van nationale centrale banken gewaarborgd moet blijven. Om de druk op Boedapest te verhogen, wordt dit dossier verbonden aan de opstart van de onderhandelingen voor een nieuw steunpakket van de EU en het IMF aan Hongarije, in het kader van de economische crisis. In een tweede brief stelde de Commissie vragen bij het verplicht op pensioen stellen van rechters en magistraten tussen de 62 en 70 jaar, wat als arbitrair ten opzichte van andere beroepscategorieën wordt gezien, en waardoor er ruimte zou zijn voor regeringsgezinde benoemingen binnen justitie. Tenslotte worden er ook vragen gesteld bij de onafhankelijkheid van het nieuwe databeschermingsagentschap.

Tijdens de plenaire sessie van het Europees Parlement op 18 januari stelde Hongaars premier Orbán dat alle punten die door de Commissie waren aangehaald 'eenvoudig en vlug' kunnen worden opgelost. Toch onderstreepte Commissievoorzitter Barroso de bezorgdheid over de algemene kwaliteit van de democratie in Hongarije.

Griekenland

In juli 2011 was er overeengekomen dat de particuliere sector instemde met een 'vrijwillig' waardeverlies van 20% op Grieks staatspapier. Op de Europese Raad in oktober werd het aandeel nog opgetrokken tot 50% (in totaal goed voor 100 miljard euro), om zo Athene meer perspectief te bieden om op termijn zijn schuldenprobleem beheersbaar te maken. Over de precieze modaliteiten moest er echter nog onderhandeld worden tussen de Griekse regering en de financiële sector.

De gesprekken verlopen echter moeizaam, waarbij vooral de grootte van de interestvoet voor de nieuwe obligaties een heikel punt vormt. De private sector (en met name de hefboomfondsen) wensen een rente rond 4%, terwijl Griekenland - gesteund door Duitsland en het IMF - slechts 3% wensen te geven, om een reële kans op een succesvolle herstructurering mogelijk te maken. Men tracht voor de Europese Raad op 30 januari tot een compromis te komen. Een akkoord over het waardeverlies wordt immers als een voorwaarde beschouwd door de eurolanden en het IMF om tot een nieuw steunpakket ter waarde van 130 miljard euro over te gaan. Die financiële steun moet er komen voor 20 maart, wanneer Griekenland 14,4 miljard euro aan schuld moet aflossen.

Ierland, Italië en Spanje

Na het werkbezoek van de Europese Centrale Bank, de Commissie en het IMF in Dublin tussen 10 en 19 januari, werd aangegeven dat alles volgens plan verloopt en dat Ierland op het juiste spoor zit. Toch blijven de uitdagingen voor Ierland nog aanzienlijk, door de mindere economische vooruitzichten voor 2012.

De financieel-economische situatie in Italië en Spanje werd besproken op de Eurogroep van 23 januari. De maatregelen die regeringen in elk land hebben genomen, werden in grote mate positief onthaald door de Europese Commissie en de andere eurolanden.

Kroatië

Na de ondertekening van het toetredingsverdrag met Kroatië, op de Europese Raad in december 2011, volgde op 22 januari 2012 een referendum waar de Kroaten zich konden uitspreken over EU-lidmaatschap. Met een ruime tweederde meerheid van de stemmen sprak het Kroatische kiezerskorps zich uit voor de toetreding van hun land tot de Unie. De interesse voor de volksraadpleging was echter wel niet overdonderend: minder van de helft van de geregistreerde kiezers was komen opdagen. Het is nu aan de 27 EU-lidstaten om de toetreding van de voormalige Joegoslavische republiek te ratificeren, waardoor het officiële lidmaatschap kan starten op 1 juli 2013.

Midden-Oosten

Op de Raad Buitenlandse Zaken van 23 januari besloten de buitenlandministers om Iran een olie-embargo op te leggen, dat over zes maanden zou ingaan. Op die manier kunnen een aantal lidstaten, waaronder Griekenland, die momenteel nog erg afhankelijk zijn van Iran voor hun petroleumtoevoer nog de nodige maatregelen treffen. Voor België is dit van minder belang, aangezien slechts 6% van onze olie-invoer uit de Islamitische Republiek komt. Naast een olie-embargo worden ook het vermogen van de Iraanse centrale bank in de EU bevroren en komt er een handelsverbod in goud, diamant en waardevolle metalen met de Iraanse autoriteiten; traditionele handel kan blijven doorgaan. De maatregelen zijn erop gericht om Iran terug aan de onderhandelingstafel te krijgen over haar nucleair programma.

De Unie nam ook verdere sancties tegen het Syrische regime waardoor nu 38 entiteiten en 108 personen op de zwarte lijst worden gezet. De Raad sprak ook zijn steun voor de Arabische Liga die de Syrische regering oproept om een dialoog aan te gaan met de oppositie.

Europees Parlementsvoorzitter

Tijdens diezelfde plenaire sessie van het Europees Parlement in januari werd de Poolse parlementsvoorzitter Jerzy Buzek opgevolgd door de Duitse sociaaldemocraat Martin Schulz, met een kleine 60% van de stemmen achter zijn naam. Dit was geen verrassing: traditioneel verdelen de twee grootste fracties in het parlement - de centrumrechtse EVP en de centrumlinkse S&D - het mandaat, met een wissel halverwege de legislatuur. De erg welbespraakte en uitgesproken politucus Schulz sloeg in zijn rede een strijdvaardige toon aan ter verdediging van de rol van het Europees Parlement  en van de communautaire methode.

Vijftig jaar Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Vijftig jaar geleden, in 1962, startte de Nederlandse Commissaris Sicco Mansholt het Gemeenschappelijk Europees Landbouwbeleid op (GBL). De belangrijkste doelstellingen van het GLB waren: genoeg betaalbaar voedsel voor iedereen en een gemeenschappelijke Europese landbouwmarkt. Voedselzekerheid is nog altijd belangrijk maar er zijn ook nieuwe aandachtspunten, zoals de klimaatverandering en het duurzaam gebruik van de natuurlijke hulpbronnen. Dat alles werd in de marge van Raad Landbouw van 23 januari feestelijk herdacht. Tijdens de eigenlijke Raad werd onder meer het dossier van de voedselbedeling aan de minst bedeelden bevestigd - een bezegeling van het politiek akkoord van de Raad Landbouw en Visserij van 15 december. Ook het Europees Parlement hechtte inmiddels zijn goedkeuring aan het dossier. 

Aan bod kwam uiteraard ook het programma van het Deens Voorzitterschap. Voor de Denen zijn de hervorming van het GBL en van het GVB - het Gemeenschappelijk Visserijbeleid - van het allergrootste belang. Daarnaast streven de Denen ook naar conclusies over een Mededeling over het Dierenwelzijn. De Raad nam nota van het Deense programma, zonder tussenkomsten. In het kader van dat hervormingsdebat GBL kwam die 23e een gedachtewisseling tot stand rond de "gemeenschappelijke marktordening voor landbouwproducten". Op eerdere Raadsbijeenkomsten hadden de ministers het al gehad over twee andere aspecten van het GBL: de directe inkomenssteun voor landbouwers in november en "plattelandsontwikkeling" in december. Alle lidstaten bleken in te stemmen met maatregelen die voorzien zijn om snel en efficiënt op te treden bij landbouwcrisissen, want daar ging het gesprek eigenlijk over. Een aantal lidstaten, waaronder België en Nederland, maakten duidelijk dat ze niet akkoord kunnen gaan met de voorziene abrupte stopzetting van de suikerquotaregeling in 2015. Een langere overgangsperiode is nodig, en een studie over de begeleiding van een uitdoving van de quota. Nettobetalende lidstaten als Nederland waren ook tegen de crisisreserve voor de landbouw, die momenteel als een extra-budgettair iets is voorgesteld door de Commissie - buiten de voorziene Meerjarenbegroting (MFK) (2013-2020) van de Unie dus. Alle lidstaten spraken zich ook positief uit over de Commissievoorstellen rond de versterking van de werking van de "voedselvoorzieningsketen".

Nog tijdens de Landbouwraad gaf Commissaris Dalli een bondige presentatie van de nieuwe dierenwelzijnsstrategie van de Commissie en van het Voorzitterschap. De aandacht zal gaan naar een eengemaakt wetgevend kader voor dierenwelzijn en naar een Europees netwerk van referentiecentra, om optimaal gebruik te kunnen maken van de kennis die her en der aanwezig is. Aandacht ook voor opleiding voor mensen die met dieren omgaan, en voor het vergroten van de aandacht onder de consumenten. Tot slot behandelde de Raad, op Nederlands verzoek, de jongste uitbraak van het Schmallenbergvirus - een dierenziekte die onder meer leidt tot misvormingen van lammeren en spontane abortussen bij drachtige schapen. België steunde de vraag van Nederland om een Europese "surveillance" op te zetten en middelen ter beschikken te stellen. 

Axel Buyse en Lukas Vandamme, met de hulp van de collega's van de Vlaamse Vertegenwoordiging binnen de Permanente Vertegenwoordiging van België bij de EU, en van de EU-Cel van het Departement internationaal Vlaanderen.

Vlaams - Europees verbindingsagentschap vzw, Kortenberglaan 71, 1000 Brussel T 02 737 14 30 - F 02 737 14 49 info@vleva.eu

website door wieni