Deze week publiceerde de denktank Notre Europe een studie over Gemeenschappelijk Strategisch Kader (GSK) en de impact op plattelandsontwikkeling, mede op basis van de gelekte draft van het Gemeenschappelijk Strategisch Kader. Dit document vertaalt de EU2020 doelstellingen van slimme, duurzame en inclusieve groei naar concrete kernacties voor het Europees Fonds voor Regionaal Fonds (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) en het Europees Visserijfonds (EVF). Dit moet zorgen voor een betere afstemming van de vijf fondsen.
In de studie stelt Europees Commissaris voor Landbouw en Plattelandsontwikkeling Dacian Ciolos dat het Gemeenschappelijk strategisch kader de samenhang en complementariteit onderhoudt tussen de eerste en tweede pijler van het GLB. Bovendien versterkt de territoriale benadering versterkt de band tussen de landbouw-activiteit, niet-agrarische economische activiteiten, en sociale en milieu-kwesties. Het GSK reageert op het verzoek om flexibiliteit van de regio's en de lidstaten. De focus moet niet gericht worden op de gebruikte instrumenten, maar eerder op de bereikte resultaten. De Commissie wenst te komen tot meer coördinatie en coherentie en beter resultaten.
De conclusies van de studie, gebaseerd ook op een conferentie in november 2011 zijn dat de toekomst van het GSK het potentieel heeft om enerzijds de manier waarop EU-fondsen besteed worden te verbeteren. Anderzijds kan het GSK de efficiëntie van deze fondsen verhogen vermits deze nu samen zullen worden samengevoegd om gecoördineerd gemeenschappelijke prioriteiten, investeringen en doelstellingen te dienen in lijn met de strategie Europa 2020. Gezien deze verbeteringen kan het GSK de zichtbaarheid van de bijdrage van plattelandsontwikkeling inzake aan de groei verhogen. Het GSK wil de algemene transparantie in het gebruik van EU-middelen op nationaal, regionaal en lokaal niveau verhogen. Er blijven echter een aantal onzekerheden: de definitie van projectprioriteiten zou kunnen leiden tot een competitie tussen stedelijke en plattelandsprojecten en een grotere administratieve last voor de begunstigden omwille van het nieuwe systeem.
De studie bevindt zich in bijlage.
Voor meer algemene info over
1) plattelandsontwikkeling in de EU na 2013:
2) cohesiebeleid na 2013: http://www.vleva.eu/themaplatform/all/cohesiebeleid-plus2013









