In dit rapport wordt een nieuwe methode gebruikt om aan te tonen wie, of welke sector nu echt verantwoordelijk is voor welke fractie van de broeikasgasemissies die te wijten zijn aan energieverbruik. Daartoe neemt men voor een bepaalde sector, bijvoorbeeld de huishoudens, de rechtstreekse emissies veroorzaakt door de in de woningen geïnstalleerde verbrandingsinstallaties en voegt er daarna de onrechtstreekse emissies bij die via elektrische centrales, raffinaderijen en warmtecentrales gegenereerd worden.

 Doet men dit systematisch voor alle sectoren in de periode 2005-2009 dan komt men tot de vaststelling dat de transportsector voor 29% verantwoordelijk is voor de BKG-emissies te wijten aan energieverbruik, de sector industrie voor 26%, de residentiële sector voor 25%, de commerciële sector voor 15% en diversen voor de resterende 5%.

Het volledig rapport is beschikbaar op: http://www.eea.europa.eu/highlights/homes-responsible-for-one-quarter?&utm_campaign=homes-responsible-for-one-quarter&utm_medium=email&utm_source=EEASubscriptions

 Deze roadmap of stappenplan 2050 beschrijft, aan de hand van een aantal (ontkolings)scenario's of combinaties daarvan, het beleidskader dat nodig is om tegen 2050 de CO2-emissies in de EU met 80% te reduceren. Elk ontkolingsscenario heeft uiteraard zijn voor- en nadelen, maar globaal kan men voor alle scenario's stellen :

- dat een ontkoling van het energiesysteem technisch en economisch haalbaar is;

- dat energie-efficiëntie en hernieuwbare energie daarbij van cruciaal belang zijn;

- dat vroege investeringen in infrastructuur minder kosten;

- dat de investeringen die nu worden gedaan de weg vrijmaken voor de laagst mogelijke prijzen;

- dat, in vergelijking met een aanpak door de individuele lidstaten, de Europese aanpak tot lagere kosten en een grotere bevoorradingszekerheid leidt.

 

Lees meer op: http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=IP/11/1543&format=HTML&aged=0&language=NL&guiLanguage=en

Wetenschappers van het JRC Instituut voor Energie en Transport (IET) onderzochten de beschikbaarheid van de grondstoffen, en speciaal van de metalen die nodig zijn voor de zes prioritaire lage koolstof technologieën van het SET-plan van de EU, namelijk voor de  nucleaire splijtstofcyclus, zonne-energie, wind- en respectievelijk bio-energie, koolstofvangst en -opslag, en elektrische netten. Hierbij kwamen ze tot de vaststelling dat 6 metalen, die essentiëel zijn voor het vervaardigen van lage koolstoftechnologieën, een hoog schaarsterisico vertonen.

Enkele voorbeelden: een grootschalige ontwikkeling en implementatie van zonne-energie zal 50% van de actuele wereldvoorraad aan Tellurium nodig hebben en een 25% van de voorraad Indium. Voor de permanente magneten van windturbines in Europa zullen grote hoeveelheden Neodymium en Dysprosium moeten ingezet worden.

Meer info en het volledig rapport vindt u op:http://ec.europa.eu/dgs/jrc/index.cfm?id=1410&obj_id=14150&dt_code=NWS&lang=en

Vlaams - Europees verbindingsagentschap vzw, Kortenberglaan 71, 1000 Brussel T 02 737 14 30 - F 02 737 14 49 info@vleva.eu

website door wieni